Ga naar pagina inhoud

School en opleiding

Aanvullende beurs en Ouderbijdrage

Sommige studenten kunnen een aanvullende beurs aanvragen, de hoogte ervan is onder andere afhankelijk van het inkomen van de ouders.

Hoogte van de aanvullende beurs

DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) bepaalt de hoogte van de aanvullende beurs op basis van je inkomen van 2 jaar geleden. Wanneer je inkomen is gedaald, kan de peildatum worden verlegd. Kijk voor meer informatie op DUO.nl.

Met de rekenhulp van DUO.nl kun je de hoogte van de aanvullende beurs uitrekenen.

DUO houdt ook rekening met andere zaken bij het bepalen van de hoogte van de aanvullende beurs.

  • Of je zoon of dochter thuis woont of op kamers.
  • Welk type onderwijs je kind volgt.
  • Of andere broers en zussen studeren of naar school gaan.
  • Of de ouders zelf nog een studieschuld aan het terugbetalen zijn.

Meebetalen aan de studie

Als je kind een aanvullende beurs heeft aangevraagd, krijg je bericht over de hoogte van de ouderbijdrage. Je krijgt daarna jaarlijks een bericht over de hoogte van de ouderbijdrage. Als de gegevens in dit bericht kloppen, hoef je niets te doen.

Wanneer je als ouder genoeg verdient, verwacht DUO dat je meebetaalt aan de studie van je kind. Je bent niet verplicht om de ouderbijdrage te betalen, maar als je niet betaalt, kan je kind dit bedrag niet als aanvullende beurs krijgen, wel als lening.

Wat als je een laag inkomen hebt?

Is je inkomen heel laag? Dan hoef je niet mee te betalen aan de studie van je kind. Als je geen (of slechts een kleine) ouderbijdrage kunt betalen, heeft je kind recht op een aanvullende beurs.

Goed om te weten

  • Je bent als ouder verplicht om mee te betalen aan het levensonderhoud van je kind. Dat moet tot je kind 21 is. Dit heet de onderhoudsplicht.
  • Als jongeren gaan studeren, moeten ze collegegeld betalen. Dit bedrag verandert elk jaar.
  • Voor een deeltijdopleiding of volwassenenonderwijs krijg je geen basisbeurs. Je kunt wel een tegemoetkoming krijgen.
  • Als jongeren een cursus moeten volgen voor hun werk en niemand daarvoor betaalt, kunnen ze de kosten aftrekken van de belasting. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om de kosten voor de cursus, de boeken en de reiskosten.
  • Als de studie in gevaar dreigt te komen door een baantje, is het misschien beter als je kind wat minder uitgeeft zodat het minder hoeft te werken. Ook kun je iets meer bijdragen, zodat je kind op tijd kan afstuderen.